Zoeken
  • Sofie Rapsaet

Waarom circulaire materialen de planeet én de mens rijker kunnen maken

Bijgewerkt op: 10 jun.



Circulair?

Circulaire materialen zijn materialen die zo ontworpen zijn zodat dat ze niet één, maar vele keren kunnen gebruikt worden. Iets kan hergebruikt worden in de oorspronkelijke staat, of door onderdelen aan te passen en de basis te houden (keep the body, change the skin). Circulaire materialen zijn materialen die heel gemakkelijk, zonder te veel werk, complexiteit of verlies aan waarde, een nieuw leven kunnen krijgen. Het is gemakkelijker ze te hergebruiken dan om ze weg te gooien.


Circulair is GEEN synoniem aan recycleerbare of gerecycleerde materialen: Recyclage vraagt een duur en energie consumerend proces en is slechts de laatste stap in hergebruik (zie ook: oproep recyclagehub).

Hoe meer je de levensduur van bestaande materialen kan verlengen in een haar (deels) oorspronkelijke vorm, hoe beter.


Enkele voorbeelden: Het kantoormeubilair van NNOF, de vloersysteem van Staenis, de JUUNOO wanden of de bibliotheek met onderdelen van Open Structures. Vlaanderen Circulair geeft een uitgebreid overzicht op hun website en organiseerde enkele weken geleden een boeiende beurs en studiedag die al deze frontrunners samenbracht.



Door in de toekomst steeds meer te gaan bouwen met dit type materialen, verminderen we het afval voor toekomstige generaties. Noodzakelijk, als je weet dat de bouwsector alleen 40% van onze Vlaamse afvalberg veroorzaakt.

De ‘Vlaamse baksteen’ begint zwaar op de maag te liggen: Door decennia te blijven bouwen met traditionele materialen, is onze footprint gigantisch.

Meer nodig dan technologie alleen

De productie van materialen, maar ook de afbraak en verwerking ervan zijn een torenhoge maatschappelijke kost. Daarbovenop blijven we maar bouwen en verbouwen omdat we steeds meer veranderen hoe we wonen en werken. We hebben met z’n allen de voorbije decennia hard ons best gedaan om de ecologische kaart te trekken: Meer isolatie, energetische oplossingen, … En toch vraagt de duurzaamheidstransitie meer dan een energietransitie alleen: Materialen zijn een bijna even groot probleem. We weten al heel veel over duurzamere technologieën, maar de manier waarop we ze kopen, verkopen en opnieuw gebruiken (het businessmodel), moet ook anders.


Als we de materiaalvoetafdruk tegen 2030 met 30% willen verminderen, heeft de bouwsector niet alleen nood aan technologische vernieuwing. Om de prijslogica te veranderen en materialen circulair en betaalbaar te maken, is een ander type business- en financieringsmodel nodig.





De duurzame transitie in de bouw lukt slechts als er, naast maatschappelijke winsten, ook geld mee te verdienen valt

Vanuit maatschappelijk oogpunt is ecologie is dé belangrijkste reden om over te schakelen van lineair naar circulair bouwen. Toch is het niet deze ecologische logica die er uiteindelijk voor zal zorgen dat we met z’n allen anders zullen ontwerpen, kopen, bouwen, investeren of afbreken.


Geld is en blijft de belangrijkste drijfveer om menselijk gedrag te veranderen. Hoewel een pandemie uitzonderlijk het tegendeel bewees, is ons menselijk brein moeilijk in staat om ingebakken gedrag snel aan te passen. Omdat onze hersenen niet veel verder denken dan een paar dagen, hooguit maanden of jaren. En omdat we gewoontedieren zijn. Dat we onze wereld een stuk beter moeten doorgeven aan onze kinderen en aan hun kinderen, daar ligt het grootste deel van de mensen jammer genoeg niet wakker van.


We liggen wél wakker van een betaalbaar huis, lagere energiefacturen. De bouwsector kreunt onder schaarste en torenhoge prijzen. Materialenproducenten vinden steeds moeilijker grondstoffen. Dat heeft te maken met de oorlog in Oekraïne, maar ook met een veel te lange weg die moet afgelegd worden.


Toch is er een manier om niet meer afhankelijk te moeten zijn van verre, onzekere en dure grondstoffen. De mens is slim genoeg om zoiets te bedenken: Wat als er materialen bestonden die we niet moeten weggooien en we uit bestaande gebouwen kunnen ‘putten’ om nieuwe gebouwen op te zetten?


Wat als materialen ook nog eens een interessant investeringsproduct zouden zijn?

Het is eigenlijk heel eenvoudig: Door een materiaal niet één, maar vele keren te kunnen gebruiken, brengt het niet één, maar vele keren op. Of het nu verkocht wordt en teruggenomen, of verhuurd (as-a-service) of geleased. Potentieel biedt een circulair materiaal met circulair businessmodel veel meer return dan een materiaal dat we één keer gebruiken en dan weer weggooien.


Want dat is wat we al decennia doen: Grondstof ontginnen, verwerken, verkopen, ermee bouwen en na jaren terug op de afvalberg gooien.

Andere businessmodellen kunnen ervoor zorgen dat er (veel) geld gemobiliseerd wordt de komende jaren en die centen kunnen een hefboom zijn voor de circulaire economie.


De financiële wereld zoekt naar nieuwe manieren om te investeren in modellen die een positieve impact hebben. Steeds meer financiële actoren hebben (verplicht) aandacht voor (Internationaal) Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (“(I)MVO”) en de ESG-criteria, bij het maken van investeringsbeslissingen. Niet alleen winst telt, maar ook de impact op people en planet.


Hoe geraken we daar?

Eerst moeten er meer circulaire materialen op de markt gebracht én gebruikt worden. De banken en investeerders moeten vertrouwen krijgen en inzien dat bouwmaterialen minstens even interessant kunnen zijn zoals bijvoorbeeld leasingwagens dat in het verleden waren. Maar er blijven veel vragen als men fondsen wil inzetten in de financiering van circulaire materialen: Hoe bepaal je de restwaarde? Wie zal de materialen afnemen in een volgend leven? Welke garanties zijn er? Blijven certificaten gelden in een tweede leven? Wie is er aansprakelijk als er iets fout loopt? Samen met verschillende experts uit de wetenschappelijke en financiële wereld en verschillende bouwactoren zijn we deze vragen aan het onderzoeken.


Conclusie: Fondsen zijn een enorme hefboom om het afvalprobleem van de bouwsector aan te pakken. Het goede nieuws is dat het niet alleen de investeerders (die hopelijk slim genoeg zijn) zal opbrengen, maar ook voor het betaalbaardere, lokale grondstoffen zal zorgen. En daar wachten we met z’n allen op.


De planeet verdient dit: minder ontginning, minder lange afstanden, minder afval.




0 weergaven0 opmerkingen