top of page

Digital Product Passport: van verplichting naar concurrentievoordeel

25 aug
4 minuten om te lezen

Vanaf 2027 krijgen steeds meer productgroepen in Europa een digitaal paspoort. Voor sommige bedrijven voelt dat als een nieuwe administratieve last. Bij SURA zien we het anders: de Digital Product Passport (DPP) is misschien wel het krachtigste instrument dat de EU ooit heeft ontworpen om circulariteit praktisch te maken.





Wat is het Digital Product Passport precies?

DPP is een digitaal dossier dat aan een product gekoppeld wordt en informatie bevat over de herkomst, samenstelling, reparatiemogelijkheden, recyclagepotentieel en milieu-impact van dat product. Het paspoort volgt het product doorheen de

hele levenscyclus (van grondstof tot einde levensduur) en is toegankelijk via een QR-code, NFC-tag of vergelijkbare drager.

De verplichting vloeit voort uit de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR), die in 2024 in werking trad. De Europese Commissie rolt de DPP niet in één keer uit, maar sector per sector, telkens via een apart gedelegeerd besluit (delegated act).

Deze zomer zijn er wel enkel regels (Europese Normen of EN's) gepubliceerd over hoe de informatie er dan uit zal moeten zien. Daarover meer verder in deze blog.


Waarom dit meer is dan compliance

Wie de DPP alleen als rapportageverplichting benadert, mist het punt. Een goed opgezet digitaal paspoort:


  • Ontsluit de waarde van materialen aan het einde van hun eerste leven. Een deur, raamkozijn of vloerpaneel waarvan de samenstelling en staat digitaal gedocumenteerd zijn, is veel makkelijker te hergebruiken, herbestemmen of hoogwaardig te recycleren dan een product zonder geschiedenis.


  • Verlaagt de drempel voor circulaire businessmodellen. Leasing, terugnamegaranties, refurbishment: al deze modellen hebben nood aan betrouwbare productdata. De DPP levert die data gestandaardiseerd aan.


  • Wordt een verkoopargument. Klanten, aannemers en overheidsopdrachtgevers vragen steeds vaker aantoonbare duurzaamheidsprestaties. Een DPP die klaar is vóór het wettelijk moet, is een signaal van voorsprong, niet van verplichting.


De link met LCA en EPD's

Bij SURA zien we de DPP niet als een op zichzelf staand traject, maar als het sluitstuk van werk dat we al voor veel klanten doen. Een levenscyclusanalyse (LCA) en een environmental product declaration (EPD) leveren precies het soort onderbouwde, geverifieerde data dat een digitaal paspoort nodig heeft om geloofwaardig te zijn. Bedrijven die vandaag al investeren in LCA-methodologie en EPD-verificatie, bouwen zonder extra kost mee aan hun toekomstige DPP-dossier.

Dat is ook waarom we bij eigen tools zoals de Circular Value Index (CVI) altijd vertrekken van dezelfde onderliggende data: eenmaal correct verzameld, is die data herbruikbaar voor LCA, EPD én straks de DPP.


Waar te beginnen

Voor bedrijven die nog niet weten waar te starten, raden we drie stappen aan:

  1. Breng in kaart welke van je producten onder de eerste ESPR-productgroepen vallen, en wanneer de verplichting voor jouw sector concreet ingaat.

  2. Inventariseer welke data je vandaag al hebt (materiaalsamenstelling, herkomst, LCA-resultaten) en waar de grootste gaten zitten.

  3. Bouw stapsgewijs een datastructuur op die zowel voor interne circulaire strategie als voor externe rapportage (EPD, DPP) bruikbaar is, in plaats van voor elk traject apart te beginnen.


De tijdlijn: wanneer wordt de DPP concreet verplicht?

Onderstaande data zijn indicatief en afhankelijk van publicatie van de betrokken besluiten, maar geven een goed beeld van hoe snel dit traject zich ontrolt. Belangrijk: zodra een gedelegeerd besluit voor een sector is aangenomen, krijgen bedrijven nog een overgangsperiode van minstens 18 maanden voor de verplichting effectief ingaat.

  • Juli 2026: het kader voor het DPP-register wordt vastgelegd, samen met een uitvoeringsbesluit over zes van de acht DPP-normen.

  • 20 juli 2026: het Digital Product Passport Register wordt operationeel.

  • September 2026: uitvoeringsbesluit over de twee resterende DPP-normen.

  • Q4 2026: gedelegeerd besluit voor ijzer en staal, plus een uitvoeringsbesluit over toegangsrechten voor batterijen.

  • 18 februari 2027: de DPP wordt verplicht voor bepaalde soorten batterijen, waaronder die van elektrische voertuigen, lichte vervoermiddelen en industriële toepassingen.

  • Q2 2027: gedelegeerd besluit voor DPP-dienstverleners, en een specifiek besluit voor bouwmaterialen onder de Construction Products Regulation (CPR).

  • Q3 2027: verder uitgewerkt besluit voor DPP-dienstverleners.

  • Q3-Q4 2027: gedelegeerde besluiten voor textiel, aluminium en banden.

  • 2028: gedelegeerd besluit voor meubilair.

  • 2029: gedelegeerde besluiten voor matrassen en voor producten met gerecycleerde inhoud.


Voor een up-to-date tijdslijn, neem een kijkje op volgende link.


Voor bouwbedrijven en -toeleveranciers betekent dit concreet: het besluit voor bouwmaterialen wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2027, met daarna nog een overgangsperiode. Wie vandaag start met datastructurering, hoeft dus niet in paniek te schieten, maar heeft ook geen jaren speling meer.


De acht technische normen achter de DPP

Onder de ESPR-verplichting schuilt een set van acht Europese normen (EN-standaarden) die samen bepalen hoe een DPP er technisch uitziet. Zes ervan zijn al gepubliceerd en officieel erkend; twee ronden hun stemprocedure af en worden rond september verwacht.


  1. Uitwisselingsprotocollen (EN 18216): bepaalt hoe de data stroomt tussen fabrikant, verdeler, hersteller en afvalverwerker. Vermijd de verleiding om een eigen exportformaat te bouwen; elk maatwerkformaat is een vertaalslag die je voor altijd moet onderhouden.

  2. Unieke identificatie (EN 18219): bepaalt wat een "product" binnen het paspoort precies betekent en op welk niveau je het identificeert: per model, per batch of per individueel stuk. Deze keuze heeft gevolgen voor alle daarop volgende beslissingen, dus denk goed na over de voor- en nadelen.

  3. Fysieke gegevensdrager (EN 18220): regelt hoe die identificatie fysiek op het product komt: bijvoorbeeld QR-code, datamatrix, NFC-tag. Zorg ervoor dat deze beschikbaar blijft doorheen de gehele levensduur, ook bij bv. demontage en reparatie.

  4. Opslag en persistentie (EN 18221): hoe blijft het paspoortdata bereikbaar, ook als het bedrijf dat ze aanmaakte niet meer bestaat. Je kan overwegen om te werken met een externe partij die continuïteit kan verzekeren.

  5. API's en levenscyclusbeheer (EN 18222): standaardiseert hoe systemen paspoortdata automatisch kunnen opvragen en bijwerken doorheen herstellingen, doorverkoop en recyclage.

  6. Systeeminteroperabiliteit (EN 18223): zorgt dat ieder paspoort dezelfde onderliggende structuur delen, zodat je geen apart systeem per productcategorie hoeft te bouwen.

  7. Toegangsrechten en vertrouwelijkheid (EN 18239, nog niet gepubliceerd): bepaalt wie welke velden mag zien: publiek, commercieel vertrouwelijk of enkel voor toezichthouders.

  8. Data-authenticatie en integriteit (EN 18246, nog niet gepubliceerd): bescherming tegen valse of gemanipuleerde paspoorten.


Deze richtlijnen gaan dus enkel over de vorm van de data, niet over welke data ter beschikking gesteld moet worden. Hierover wordt beslist in de gerichte regelgeving (per productcategorie).


Tot slot

De Digital Product Passport gaat niet over een nieuwe stempel op een product. Het gaat over wie de materiaalstromen van morgen controleert. Bedrijven die vandaag beginnen met het structureren van hun productdata, positioneren zich niet alleen compliant, maar ook als partner van keuze in een circulaire bouw- en productiewereld.

Wil je weten wat de DPP concreet betekent voor jouw producten of sector? Neem contact op met SURA: we denken graag mee vanaf de eerste materiaalinventaris tot het volledige rapportagetraject.


 
 
bottom of page